Deelsessies

‘We moeten echt gaan samenwerken’

Na de lunch is het tijd voor de deelsessies, waarbij op zeven verschillende locaties in de Haarlemse Stadsschouwburg & Philharmonie ingezoomd wordt op de uitwerking van de visie in de Omgevingsverordening en thema’s als klimaatadaptatie en duurzame verstedelijking.

De toekomst van werklocaties

In de imposante Grote Zaal staan stoelen opgesteld op het podium. Voor het immense pijporgel staan op een aantal panelen de vijf uitdagingen weergegeven bij het geven van ruimte aan de toekomst van werk. In deelsessie De toekomst van werklocaties staat een aantal vragen centraal: Waar werken we nu? Waar werken we in de toekomst? En bestaan er in die toekomst nog wel bedrijventerreinen?

Bernardina Borra, oprichter van The Spontaneous City International, opent in de Grote Zaal het gesprek, dat zal gaan over de veranderingen, de kansen en oplossingsrichtingen. De nadruk van deze sessie ligt op het eerste en het vierde paneel. Het eerste paneel gaat over het wonen en werken met verschillende accenten: van woon-werk tot werk-woongebieden. In welke gebieden ga je wonen en werken mixen en welke niet, want mengen is niet altijd nodig. Monofunctionele werkgebieden, zoals diensten en industrie, verdienen immers ook een belangrijke plek in het scala. Het vierde paneel gaat over hoe er plannen of ontwerpen gemaakt kunnen worden voor gebieden waarbij een transformatie wordt voorzien, maar waarbij bijvoorbeeld nog steeds functionerende bedrijven zitten en waarvan de grond niet in bezit is. Uit de zaal klinken voorbeelden uit de eigen regio. Zaak is om in de ruimtelijke ordening zó met deze onzekerheden om te gaan, dat er toch duurzame stappen gezet kunnen worden.

Omgevingsverordening

We sluiten aan bij de workshop Omgevingsverordening in de Blauwe Zaal, waar we aanschuiven aan één van de vier grote tafels. “We gaan aan de slag met hoe we nu van visie naar uitvoering kunnen komen,” start Sanne Ruijs, Senior beleidsadviseur Omgevingsbeleid en projectleider Omgevingsverordening Provincie Noord-Holland. Hij praat ons bij over de manier waarop de ambities, ontwikkelprincipes en sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie NH2050 vertaald kunnen worden in de provinciale regels.

Tijdens deze  deelsessie gaan we met een grote groep belangstellenden aan de slag. Na Ruijs’ korte toelichting op de stand van zaken met betrekking tot de verordening, worden de aanwezigen in vier groepen verdeeld. In deze groepen worden enkele regels uit de concept Omgevingsverordening op constructieve wijze onderzocht door zogenaamde ‘botsproeven’. Dat gebeurt op vier verschillende thema’s: landbouw, kleinschalige ontwikkeling in het landelijk gebied, water en industrieterreinen in het Noordzeekanaalgebied. De denkrichtingen voor vernieuwende regels op deze thema’s worden door de deelnemers van nuttige feedback voorzien. Met het opstellen van de eerste integrale Omgevingsverordening Noord-Holland worden de eerste stappen gezet ‘van visie naar uitvoering’.

Regionale Energiestrategie

De sessie Regionale Energiestrategie in de Van Warmerdamzaal is druk bezet. Niet zo gek, want de Regionale Energiestrategie is immers hét instrument om de ambities van het klimaatakkoord op het gebied van energieopwekking te vertalen naar de praktijk. Participatie en draagvlak zijn daarbij erg belangrijke thema’s. Want: hoe betrek je de burgers? En hoe de belangenorganisaties en politiek? Waar ligt de overlap?

Na een korte aftrap over de actualiteiten van het klimaatakkoord, nemen de programmamanagers ons mee in hoe de RES de komende periode vorm gaat krijgen en wat uitdagingen zijn. Vanuit de zaal wordt er stelling genomen over lokale participatie in het RES-proces: noodzaak versus haalbaarheid. Wat is mogelijk als er over een jaar al een RES moet liggen? Hoe zit de Energiemix 2050 in elkaar? Het zijn spannende tijden: “Windmolens roepen bijvoorbeeld veel bij de mensen op,” zegt Odile Rasch, programmamanager Regionale Energiestrategie Noord-Holland Noord. “Het is belangrijk dat er een maatschappelijk draagvlak is”. De afspraken die op nationaal niveau worden gemaakt, moeten immers vertaald worden naar de regio.

Regionale Samenwerkingsagenda

In de Van Beinumzaal worden in de deelsessie Regionale Samenwerkingsagenda  kansen en dilemma’s geïnventariseerd, aan de hand van twee voorbeelden uit de regio’s Noord-Holland Noord en Noord-Holland Zuid. Hoe willen we komen tot regionale samenwerkingsagenda’s?

Aan de hand van de voorbeelden en een aantal stellingen gaan we met elkaar het gesprek aan. Want: De Regionale Samenwerkingsagenda – wat is dat nou eigenlijk precies? Deze sessie is te zien als de aftrap voor de verkenning naar dit nieuwe instrument in de Omgevingsvisie. De opgaven en bewegingen die gesignaleerd worden in de Omgevingsvisie zijn complex en vragen om een bundeling van krachten van verschillende partijen om tot oplossingen te komen. “Uiteraard werken gemeenten en andere partijen in de praktijk al vaak regionaal samen,” zo lichten Matthijs van der Horst vanuit de regio Westfriesland en Jelle Blaauwbroek als regiomanager Gooi en Vechtstreek op enthousiaste wijze toe. Voor een regionale samenwerkingsagenda is maatwerk geboden om op basis van een gedeelde visie van de opgaven tot concrete uitvoering te komen. Afhankelijk van de gesignaleerde opgaven komen ook de samenwerkingspartners in beeld. Uit de gesprekstafels komen verschillende vragen en ideeën naar voren: organiseer een vraag en aanbodmarkt, maak het niet te groot en abstract, haal vooral op wat er al loopt en communiceer dat ook. Jeroen Traudes van de gemeente Haarlem reflecteert vanuit zijn ervaringen met regionaal samenwerken in Zuid-Holland. Leer elkaars gebied kennen! Op papier lijk je alles te weten te kunnen komen, maar je gaat het pas voelen als je er bent en de mensen spreekt. Er is ook niet één antwoord of één recept, maatwerk is geboden. En vergeet vooral ook niet de mensen voor wie we het doen mee te nemen: de inwoners.
“Het is eigenlijk heel simpel: je doet het gewoon samen”, oppert Jelle Blauwbroek van de provincie Noord-Holland. “Je mag ook best wel eens trots zijn op de dingen die je bereikt.”

Amsterdam Smart City

Boven in de Kleine Zaal is ondertussen deelsessie Amsterdam Smart City in volle gang. Amsterdam Smart City is een uniek publiek-privaat samenwerkingsverband in de Metropoolregio Amsterdam. Wat zijn de belangrijkste lessen na tien jaar ervaring? En hoe bouw je een ecosysteem waarin partijen tot gelijkwaardige samenwerking komen? Wat moet je wel en wat moet je juist niet doen als ‘smart city’?

Na een algemene introductie laat Amsterdam Smart City aan de hand van een aantal voorbeelden van partnerprojecten zien hoe het zich richt op het ontwikkelen van een slimme, groene en gezonde metropool. Daarbij vertelt de Hogeschool van Amsterdam over de noodzaak voor gelijkwaardige samenwerking en hoe collaboratieve business modellen daar bij helpen. Metabolic laat zien hoe data en technologie kunnen worden toegepast bij concrete maatschappelijke vraagstukken.  “Technologie en data zijn instrumenten. De belangen van de burger en bezoeker zijn het uitgangspunt.” zegt programmadirecteur van Amsterdam Smart City Leonie van den Beuken. “Precies hoe Hans Mommaas het in zijn keynote zei: ‘Je kunt het niet alleen als ingenieur doen. Dit moet samen.’” Een ecosysteem creëren waarbij partijen vanuit hun eigen beleidsambities samenwerken en elkaar versterken.

Transitie Landelijk Gebied

In de Frits van Dongen Foyer vindt de deelsessie Transitie Landelijk Gebied plaats. Het Deltaplan Biodiversiteit roept partijen op na te gaan wat zij kunnen bijdragen om zo samen meer biodiversiteit, bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit te realiseren. Hoe versterken natuur en landbouw elkaar in het landelijk gebied? Wie hebben we nodig?

In de omgevingsvisie is de ambitie voor een vitale landelijke omgeving beschreven. Iets dat alleen te bereiken is met een intensieve transitie in de landbouw, die samen opgaat met de groei aan biodiversiteit. Vertegenwoordigers van het waterschap Hollands Noorderkwartier (Siem Jan Schenk), LTO Noord (Rona Uitentuis), Milieufederatie Noord-Holland (Sijas Akkerman) en de provincie Noord-Holland Gedeputeerde Adnan Tekin) discussiëren met de zaal hoe men dit kan waarmaken. Milieufederatie en LTO vertellen over de Noord-Hollandse uitwerking van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Landbouw en natuurorganisaties, gesteund door het waterschap, financiers en consumenten streven naar een transitie in de landbouw die het haalbaar en betaalbaar maakt voor boeren om schoner en groener te kunnen produceren. Gedacht wordt aan beprijzing van de groene productie: “Alle partijen in de ketens een cent erbij, dan wordt het haalbaar”, aldus Akkerman. Volgens Uitentuis hebben de landbouw en de natuurorganisatie niet eerder zo goed met elkaar meegedacht. “We houden elkaar nu vast. De koplopers laten zien dat het kan, nu moeten we het peloton bijtrekken”.

Het waterschap is beducht voor te veel plannenmakerij, en benadrukt de bereidheid om bij te dragen aan gebiedsprocessen. “Geen symposia en plannenmakerij, maar het veld in samen”, zegt Siem Jan Schenk. Veel verschillende partijen staan gezamenlijk voor een mega opgave. Banken, overheden, landbouw en natuurorganisaties, maar ook onderwijs, consumenten, supermarkten alle partijen uit de voedselketen en andere ketens moeten zij aan zij gaan staan. “De overheid gaat alles op alles zetten om ze allemaal in de kruiwagen te houden”, besluit Tekin de discussie.

“Als je zegt ‘energieneutraal’, moet je ook van ‘waterneutraal’ of ‘natuurneutraal’ kunnen spreken”

Klimaatadaptatie

In Loft1, helemaal bovenin, gaat het over weerextremen en klimaatverandering: een paar hot-items in de actualiteit. Ook hier is het druk. In de deelsessie Klimaatadaptatie gaat het over de uitdaging om innovatief en toekomstgericht voor te sorteren op deze klimaatverandering. Want een klimaatverandering kan ook kansen bieden!

Klimaatverandering brengt een opgave voor de toekomst met zich mee om de gevolgen ervan hanteerbaar te houden. Het wordt natter, warmer, langere perioden met droogte en de zeespiegel zal stijgen. Hoe het gaat verlopen is onduidelijk, maar nu niets doen is geen optie. Door vooral de kansen te benutten kan nu al voorgesorteerd worden op de gevolgen van de klimaatverandering. In een pitch over de Afsluitdijk door Tjalling Dijkstra en een pitch over klimaatadaptief bouwen door Hiltrud Pötz worden kansrijke voorbeelden getoond. “Als ik wateradviezen geef, sneuvelt vaak de helft bij de ontwikkelaar”, zegt Pötz. “Daar moet een verandering van denkrichting in komen, want als je zegt ‘energieneutraal’, moet je ook van ‘waterneutraal’ of ‘natuurneutraal’ kunnen spreken”. Naast energietransitie, woning- en landbouw kan het voorbereiden op klimaatverandering gezien worden als een transitie die de aankomende jaren op ons afkomt.

Hanneke Hendrix
Voeg toe aan selectie